Samenwerken. Universiteit Twente - kwaliteitsverbetering aanleg asfalt
Asfalt walsen bij juiste temperatuur: ‘Schade aan wegen is vaak terug te voeren op asfalt dat al te koud is als het verdicht wordt.’
Reef Infra werkt samen met de Universiteit Twente aan de kwaliteitsverbetering van asfalt. Met name de eerste walsgang van het verdichtingsproces, is cruciaal voor de kwaliteit. Juist die fase van het walsen bepaalt of asfalt drie of dertig jaar meegaat. De temperatuur is doorslaggevend: het walsen moet gebeuren voordat het asfalt afkoelt. Schade aan wegen is vaak terug te voeren op asfalt dat al te koud is als het verdicht wordt.
De Universiteit Twente maakte een bestaande infrarood linescanner geschikt voor het scannen van de oppervlaktetemperatuur van vers gedraaid asfalt. De linescanner werd achterop de asfaltspreidmachine gemonteerd en de gescande temperatuur van het asfalt verscheen op een display. ‘Zo hadden we meteen zicht op warme en koude stukken tijdens het asfalteren. Bijvoorbeeld als de asfaltspreidmachine ergens even stil had gestaan. Zo kan het walsproces veel nauwkeuriger en efficiënter worden gestuurd. Henny: ‘Uiteindelijk willen we ernaar toe dat temperatuurgegevens in combinatie met GPS-data op een scherm in de walscabine zichtbaar worden.’ Hij schat in dat dit systeem over een paar jaar volledig operationeel kan zijn.
Asfalt komt met een temperatuur van 160 tot 180 graden van de molen. Tijdens het transport vindt beperkte afkoeling plaats, vooral aan de randen. Sneller koelt het na verwerking door de spreidmachine. Er ontstaan belangrijke verschillen in temperatuur, tot wel 20 à 25 graden. Zelfs een doorgewinterde walsmachinist weet vaak niet waar zich sterk afgekoelde plekken bevinden. Die zou hij bij voorkeur het eerst moeten walsen om het asfalt gelijkmatig te verdichten voor de juiste kwaliteit.
Het moet mogelijk zijn bestaande apparatuur hiervoor geschikt te maken., dacht Henny. Hij werkt nu aan een systeem om temperatuurgegevens terug te koppelen naar de walsmachinist, zodat die nauwkeurig weet waar relatief koude plekken zich bevinden. Dit voorjaar draaide een team van Reef Infra hiermee proef in Heerenveen. Dit is ook een primeur in de wegenbouw.
(Inter)nationaal is veel onderzoek gedaan naar asfalt als materiaal en naar het constructieve ontwerp van asfaltwegen. Er is echter relatief weinig onderzoek gedaan op het gebied van het asfaltverwerkingsproces en de systematische inzet en beheersing van mensen en middelen in dat proces. De verwachting is dat met verdere kennis op dit punt de professionalisering van de asfaltwegenbouw in een versnelling kan worden gebracht.
Professionalisering asfaltwegenbouw is een initiatief vanuit de Universiteit Twente. Omdat de Universiteit Twente niet zelf alle kennis en middelen in huis heeft, is gezocht naar samenwerking met en financiële ondersteuning van diverse bedrijven (founders), waaronder Reef.
Op dit moment doet de Universiteit Twente in samenwerking met haar founders onderzoek naar het proces van asfaltverwerking in relatie tot de wals. Gekeken wordt of er een verband bestaat tussen de temperatuur waarmee het asfalt gedraaid wordt en het aantal keren dat de wals over het asfalt gaat. Middels een infraroodcamera achter de asfaltmachine wordt de temperatuur van het warme asfalt gemeten en naar een computer gestuurd. Tevens wordt via een GPS-systeem op de wals gemeten hoe vaak de wals over het zojuist gedraaide asfalt is gewalst. Deze gegevens van de infraroodcamera en de GPS worden naast elkaar gelegd. Ter controle en versterking van de analyses wordt tevens de verdichting nucleair
(Troxler) van de aangebrachte asfaltlaag gemeten. De locatie van deze metingen worden eveneens in het GPS systeem opgenomen en daarna wordt ter verificatie van deze dichtheidsmetingen nog een aantal boorkernen genomen en onderzocht op de verdichting.
Het doel hiervan is om tijdens het asfalteren nog beter te kunnen anticiperen op afkoeling, weersomstandigheden en omgevingsfactoren en om de staat van het asfalt (naar een aantal jaren) te kunnen verklaren. Dit natuurlijk met het oog op de veranderende marktomstandigheden en contractvormen, waarbij steeds vaker een garantie- en onderhoudstermijn afgegeven wordt.
